In de compacte historische binnenstad van Alkmaar zitten honderden winkels vlak bij elkaar. In de straatjes van de 'oude stad' zitten vooral kleine boetiekjes en originele winkeltjes, en in de twaalf Prachtstraatjes, vergroend met geveltuintjes, winkelen bezoekers bij kleinschalige Alkmaarse ondernemers.
Alkmaar is de hoofdplaats van de gemeente Alkmaar in Noord-Holland. Het historische centrum telt 399 rijksmonumenten en 700 gemeentelijke monumenten, en de stad staat bekend als de kaasstad; in de volkstaal heten Alkmaarders kaaskoppen.
Alkmaar ontstond op een strandwal als agrarische nederzetting rond de Sint-Laurenskerk, die in de 10e eeuw werd gesticht. Op 11 juni 1254 kreeg Alkmaar stadsrechten van Willem II van Holland; de stad diende toen vooral als grensvesting in de strijd tegen de West-Friezen.
Na de grote stadsbrand van 1328 groeide de stad naar het oosten, met nieuwe bebouwing in de Mient, Luttik Oudorp en Voordam, waar de schepen aanlegden. De handel concentreerde zich daarna rond de Mient en het Fnidsen, en de markt verhuisde van de kerk naar het Fnidsen en de kade van Luttik Oudorp.
In 1573 werd Alkmaar belegerd door de Spanjaarden, die hun kamp in Oudorp hadden; de Alkmaarders hielden hen op afstand. De uitdrukking 'Bij Alkmaar begint de victorie' herinnert daaraan, en elk jaar op 8 oktober viert de stad Alkmaars Ontzet.
De kaasmarkt op het Waagplein, voor het Waaggebouw, is meer dan vier eeuwen oud en trekt jaarlijks 170.000 bezoekers. Sinds 1939 is Alkmaar de enige stad die kaas nog op traditionele wijze verhandelt.