In dit verhaal · 10 delen
In het kort
- Echte Deense meubels uit deze stijl zijn het talrijkst uit de periode van ongeveer 1950 tot 1970.
- Oud teak van volgroeide bomen is donkerder en roder dan jong teak, dat warme gele tinten heeft. Daardoor helpt de kleur vaak bij het dateren.
- Kasten en dressoirs zijn meestal van teakfineer op een massieve ondergrond. Massief teak zit vooral in stoelpoten, tafelonderstellen en kleinere stukken.
- Niet alles wat teak heet, is teak. Veel meubels uit de jaren vijftig en zestig die als teak worden omschreven, zijn eigenlijk afrormosia.
Waarom juist teak
Teak groeide niet in Denemarken. Het hout werd ingevoerd, vooral uit Zuidoost-Azië.
Teak bevat veel silica en olie. Daardoor is het goed bestand tegen vocht, kromtrekken en aantasting.
Het silicagehalte van teak loopt op tot 1,4 procent. Dat maakt snijgereedschap snel bot.
In 1953 introduceerde Charles France een zaag van wolfraamcarbide die bij het zagen van teak niet bot werd.
Volgens een overgeleverd verhaal was France & Søn, onder leiding van Finn Juhl, de eerste die teak op industriële schaal verwerkte. De Spadestolen, model 133 uit 1953, was het eerste resultaat.
In 1954 was France & Daverkosen goed voor 60 procent van de Deense meubelexport. Op het hoogtepunt werkten er 350 mensen.
De jaren waarin het meeste teak is gemaakt
Het Deense modernisme bloeide ongeveer van de jaren veertig tot de jaren zestig.
Halverwege de jaren zestig veranderde de smaak en liep de verkoop terug. Echte stukken zijn daarom het talrijkst uit de periode van ongeveer 1950 tot 1970.
Het Kopenhaagse meubelmakersgilde hield van 1927 tot 1967 jaarlijkse tentoonstellingen, waar ontwerpers met meestermeubelmakers samenwerkten.
Finn Juhl werkte van 1937 tot 1959 samen met meubelmaker Niels Vodder. Zijn vroege stoelen werden in kleine aantallen gemaakt, hooguit tachtig.
Eind jaren veertig maakten nieuwe technieken gebogen multiplex in serie mogelijk. Hans Wegner en Børge Mogensen maakten zo stoelen met zitting en rug van teakmultiplex op een beuken frame.
Echt teak of afrormosia
Echt teak is maar één soort: Tectona grandis. Namen als Brazilian teak en African teak horen bij andere houtsoorten, zoals cumaru en afrormosia.
In de handel zijn veel namen in omloop die bestaan uit teak met een voorvoegsel. Deels zijn dat fantasienamen voor andere houtsoorten.
Afrormosia werd in de jaren vijftig en zestig veel in Deense meubels gebruikt, als vervanger van en aanvulling op teak.
Afrormosia heet soms Afrikaans teak, maar is botanisch niet verwant aan echt teak. Het lijkt er wel op in gewicht, sterkte en uiterlijk.
De kleur van het hout
Teak voor Deense meubels kwam vooral uit India en Zuidoost-Azië. De kleur hangt sterk af van de leeftijd van de boom en het moment van kappen.
Oud teak van volgroeide bomen is veel donkerder, met diepe rode tinten.
Halverwege de jaren zestig waren veel teakbossen overgekapt. Latere aanplant werd geoogst zonder tijd om te rijpen, dus de kleur helpt vaak om een stuk te dateren.
Jong teak heeft warme gele tinten. Veel Engelse meubels zijn van jong teak, omdat Engeland ongeveer tien jaar later dan Denemarken moderne meubels ging maken.
Plantageteak werkt net zo als natuurlijk gegroeid teak, maar mist vaak de diepe kleur en de tekening van oud teak.
Massief teak of fineer
Veel vintage teak is fineer op een massieve ondergrond, vaak grenen, berken of eiken. Dat is niet per se een nadeel.
Fineer was standaard bij kastmeubels zoals commodes en dressoirs. Massief teak vind je eerder in stoelpoten, tafelonderstellen en kleinere stukken.
Deense fabrikanten combineerden teak voor de zichtbare vlakken vaak met een eiken frame.
Waar je op let
- Goed fineerwerk uit de jaren vijftig tot zeventig zit op massief hout, niet op spaanplaat.bron
- Teak is een dicht hardhout. Voelt een teakhouten commode verrassend licht, dan kan het fineer op spaanplaat zijn.bron
- Op een goed dressoir loopt de houttekening door over de laden of om de hoek. Dan is één fineerbundel voor de hele voorkant gebruikt.bron
- Fineer dat loslaat, bobbelt of waterschade heeft langs de randen, is duur om te herstellen.bron
Labels, stempels en het controlemerk
Deense stukken hebben vaak een stempel Made in Denmark.
Kijk ook naar het ronde Danish Control-merk met de initialen van de Danish Furnituremakers’ Quality Control.
Danish Furniture Makers’ Quality Control is het oudste vrijwillige controlesysteem voor meubels ter wereld. Het kwam er op verzoek van Amerikaanse meubelhandelaren.
In februari 1963 waren onder meer Carl Hansen & Søn, Fritz Hansen, Fredericia Stolefabrik en Søborg Møbelfabrik lid.
Een ontbrekend label zegt niet dat een stuk niet echt is. Labels kunnen er in zestig jaar afvallen, of eigenaren hebben ze weggehaald.
De naam van de fabriek: France & Søn
France & Daverkosen werd in 1936 opgericht door de Britse zakenman Charles W. France en de Deense meubelmaker Eric Daverkosen.
Toen zoon James France in 1957 in het bedrijf kwam, werd de naam France & Søn.
Veel modellen van France & Daverkosen heetten FD met een modelnummer. France & Søn bleef die ontwerpen onder hun oude namen maken.
Ergens tussen 1964 en 1967 kocht ontwerper en fabrikant Poul Cadovius het bedrijf en noemde het CADO.
Veel stukken die nog in omloop zijn, hebben hun originele labels nog.
Bouwwijze: verbindingen, lades en afwerking
France & Søn zorgde dat zijn meubels makkelijk uit elkaar konden, zodat de export goedkoper werd.
De France-stoel van Finn Juhl werd eind jaren vijftig voor de Amerikaanse markt ontworpen en oorspronkelijk plat verpakt als bouwpakket geleverd.
Waar je op let
- Originele Deense stukken rusten op zwaluwstaarten, vingerverbindingen en pen-en-gatverbindingen, niet op schroeven.bron
- Nietjes, uitgelopen lijm of kruiskopschroeven in een la wijzen op een reproductie.bron
- In een origineel dressoir lopen de laden meestal op houten geleiders. Metalen kogelgeleiders of kunststof rails horen bij replica’s.bron
- Een stuk met de originele oliebehandeling, vaak verhard en iets donkerder, is meestal gewilder dan een overgeschilderd of gelakt stuk.bron
Teak, afrormosia en de kopse kant

Engels Fresco-dressoir van G Plan in teak en afrormosiaFoto: Tangerineduel · CC BY 4.0 
Kopse kant van teak onder de microscoop: de grote vaten liggen in een rij in het vroege houtFoto: A woodperson · CC BY-SA 4.0 
Teakhouten dressoir van McIntosh, circa jaren zestig, met open deurenFoto: Tangerineduel · CC BY-SA 4.0
Bronnen
- Viridian Eclection – Scandinavian and Danish Modern Furniture · gelezen op
- Mid Century Møbler – For the good of wood · gelezen op
- Mod City Mad – Vintage Teak Furniture Buyer’s Guide · gelezen op
- Hobbs Modern – The Types of Wood Used in Mid Century Modern Furniture · gelezen op
- The Wood Database – Teak · gelezen op
- Pamono – France & Søn and France & Daverkosen · gelezen op
- FJØRN Scandinavian – Finn Juhl France Chair · gelezen op
- Wikipedia – Finn Juhl · gelezen op
- Wikipedia – Danish modern · gelezen op
- Core77 – An Introduction To Wood Species, Part 10: Teak · gelezen op
- Wikipedia – Teak · gelezen op
- The Wood Database – Afrormosia · gelezen op
- VNTG – How to spot a fake: 5 ways to verify authentic Danish furniture · gelezen op
- Mid Century Modern Toronto – Danish Furniture Makers’ Control members · gelezen op
- Mod City Mad – How to Identify Vintage Furniture Makers’ Marks & Labels · gelezen op
- Retro Studio · gelezen op
- Svenska Fynd – Over ons · gelezen op
- Charmig · gelezen op
- Vintage Jolie · gelezen op
- Vintagonist · gelezen op
- Bestwelhip · gelezen op
Openingstijden en datums bijgewerkt op . Fout gezien? Meld het.
Fotocredits
- Teakhouten dressoir van Hans Wegner, rond 1960: Foto: coffee shop soulja · CC BY 2.0
- Engels Fresco-dressoir van G Plan in teak en afrormosia: Foto: Tangerineduel · CC BY 4.0
- Kopse kant van teak onder de microscoop: de grote vaten liggen in een rij in het vroege hout: Foto: A woodperson · CC BY-SA 4.0
- Teakhouten dressoir van McIntosh, circa jaren zestig, met open deuren: Foto: Tangerineduel · CC BY-SA 4.0










